Archive | Blog

Humus

Albrecht Thaer was een visionair. Deze Duitse agronoom (die leefde van 1752 tot 1828) geloofde namelijk rotsvast in de kracht van humus. Humus, zo schreef hij, is het product van alle levende materie, en de bron ervan. Planten groeien immers beter op humusrijke dan op humusarme grond. Niet dat Thaer de eerste was die tot deze conclusie kwam. De waarde van humus voor de landbouw werd al onderkend door de oude Grieken en Romeinen, maar pas in de negentiende eeuw poogden wetenschappers het geheim ervan te ontrafelen. Dat lukte grotendeels en de ideeën van Thaer bleven tot halverwege de negentiende eeuw in zwang.

Dan wordt deze theorie echter ingehaald door de ‘mineraalstoffentheorie’ van de Duitse chemicus Justus von Liebig (1803-1873). Die stelde dat humus een gevolg, geen oorzaak was van plantengroei. Humus konden ze immers niet opnemen. Het leven in de bodem was niet van nut voor de planten. Hun groei, aldus Von Liebig, was afhankelijk van een handje vol nutriënten. Von Liebig toonde zijn theorie met experimenten aan en werd daarmee de uitvinder van kunstmest. Hij drukte een enorm stempel op de landbouw, die nog steeds in de dagelijkse praktijk zichtbaar is. Maar Von Liebig onderschatte de waarde van humus volledig.

We gaan nog een eeuw terug. Het is de jaren zeventig van de zeventiende eeuw en de Leidse wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek gebruikt zijn zelf ontwikkelde microscoop om van alles en nog wat te bestuderen. Eerst treft hij leven aan in slootwater, niet veel later in zijn eigen tandplak. Daarmee is hij de eerste die micro-organismen waarneemt die leven in of op ons lichaam. Dankzij deze waarnemingen wordt Van Leeuwenhoek de grondlegger van de microbiologie genoemd. Hij ziet ze nog als onschuldige aanwezigen. Maar dat zou veranderen.

In de decennia die volgen worden steeds meer micro-organismen ontmaskerd als ziekteverwekkers, die dood en verderf zaaien. De conclusie is al snel: bacteriën doen of niks, dan zijn het commensalen, of ze veroorzaken ziektes, dan zijn het pathogenen. Vooral op die tweede groep, en de bestrijding ervan, komt de nadruk te liggen. De reputatie van micro-organismen verslechtert in rap tempo.

Een simplistische kijk dus, zowel op de landbouw als op de microbiologie. Toch waren er ook uitzonderingen. Een ervan was Selman Waksman. Deze wetenschapper raakte begin vorige eeuw geintrigeerd door de micro-organismen in de bodem. Hij groeide op op het platteland van Oekraïne, een gebied met zeer vruchtbare, zwarte grond. Die grond inspireerde hem. Toen hij in de Verenigde Staten wetenschap begon te bedrijven, stortte hij zich al snel op microben van de bodem.

Zoals hij later schreef in zijn autobiografie ‘My life with the microbes’: ‘Ik heb de destructieve capaciteiten van sommige microben, en de constructieve van andere beschouwd. Ik heb manieren geprobeerd te vinden om de ene te ontmoedigen en de andere aan te moedigen.’

Waksman zag in dat er interacties waren tussen microben onderling, en tussen microben en planten. Hij schreef ook een boek over het belang van humus in de natuur. Waksman werd beroemd dankzij iets heel anders: de ontdekking van meer dan twintig verschillende antibiotica, stoffen geproduceerd door bodemmicro-organismen om hun vijanden te doden. Zeer belangrijke vindingen, met onder meer de ontdekking van streptomycine, het eerste effectieve medicijn tegen tuberculose, waar hij in 1952 voor werd onderscheiden met de Nobelprijs, maar die helaas de microbiologie verder een andere kant op stuwde dan waar zijn hart lag: die van het bestrijden van ziekteverwekkers, met nauwelijks aandacht voor de onschuldige, en de goede.

We vliegen een eindje verder in de tijd, naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Wederom een tegendraadse wetenschapper, Carl Woese, werkt aan een methode om micro-organismen te identificeren. Hij gebruikt een soort streepjescode op het genetisch materiaal. Het duurt lang voor zijn methode wordt geaccepteerd, maar uiteindelijk raken zijn collega’s overtuigd. Wat blijkt? Er zijn veel meer micro-organismen dan we dachten. In onze omgeving, met name in de bodem, en op ons lichaam. Drie tot misschien wel tien keer meer dan ons aantal lichaamscellen, met zo’n honderd keer meer genen dan wij.

Het onderzoeksveld dat in zijn kielzog ontstaat, levert vooral de afgelopen jaren de ene na de andere ontdekking. De belangrijkste conclusie: slechts een heel klein deel van de op ons lichaam levende microben kan ziektes veroorzaken en de overgrote meerderheid daarvan doet dat alleen onder uitzonderlijke omstandigheden – wanneer het lichaam onder zware stress staat. De rest is onschuldig. Sterker nog, ze versterken ons lichaam. Ze assisteren en stimuleren ons immuunsysteem, reguleren onze stofwisseling, verzorgen onze huid en darmwand. Ook in onze omgeving is de invloed van microben immens. Zoals Woese het uitdrukte: ‘wanneer alle meercelligen zouden verdwijnen, zouden de micro-organismen gewoon doorleven, zouden zij verdwijnen, dan zou het overige leven snel instorten.’

Niet zo gek natuurlijk. De wereld waarin wij evolueerden, werd al die tijd gedomineerd door micro-organismen. Ze waren er, ze bevolkten ons, onze lichamen leerden met hen omgaan en sloten allianties om van hun aanwezigheid te profiteren. Een deel van die allianties hebben we verbroken door onze moderne levensstijl. We eten gemaksvoedsel waarmee we onze darmbacteriën verwaarlozen. Onze kinderen worden geboren via een keizersnee, waardoor ze de micro-organismen mislopen die hun moeder voor hen had klaargelegd als startpopulatie. We gebruiken desinfectiemiddelen om onze omgeving schoon te houden breedspectrumantibiotica om infecties te bestrijden en doden de micro-organismen in en op ons voedsel zoveel als we kunnen. We leven niet langer in de omgeving waarin die micro-organismen voorkomen waar ons lichaam het beste bij gedijt. We hebben ons van hen vervreemd en nu pas beginnen we hen weer te waarderen.

Met al deze nieuwe inzichten wordt langzaam duidelijk hoe wij zelf, als hoeders van onze eigen microben, beter voor onszelf kunnen zorgen. Aan ons de taak om de gunstige soorten aan te trekken, tevreden te houden en te stimuleren tot gedrag wat ons lichaam ten goede komt. Vezels eten moeten we. Niet te veel antibiotica gebruiken, want die doden niet alleen schadelijke, maar ook gunstige bacteriën. Niet te veel stress en voldoende slaap, want dat houdt ons immuunsysteem alert, waardoor het niet alleen schadelijke soorten kan weren maar ook de goede kan koesteren. En als het systeem uit balans is, kunnen we het wellicht een zetje de goede kant op geven met probiotica of ingrijpender therapieeën zoals poeptransplantaties.

Voor de microben in de bodem en hun interactie geldt hetzelfde: ze zijn samen opgegroeid, geëvolueerd. Ze vulden elkaar aan. Ze zijn verwaarloosd en langzaam leren we ze weer kennen. Er was een symbiose, een team waarvan wij een lid hebben weggerukt. It takes two to tango, maar de afgelopen decennia was de landbouw een solodans

Alles wat je leest in Allemaal Beestjes over de interacties tussen de micro-organismen en ons lichaam, geldt tot op zekere hoogte ook voor landbouwgewassen. Vandaag hebben we gehoord over een probioticum voor de landbouw. Alle grote agrochemische bedrijven zijn op deze kar van biologicals gesprongen. De simplistische kijk op de landbouw, met kunstmest en pesticiden als belangrijkste middelen, loopt op haar laatste benen. Gezonde, rijke landbouwgrond wordt weer het uitgangspunt van succesvolle, en ook duurzame landbouw. De humus is in ere hersteld.

Deze lezing sprak ik uit bij de presentatie van mijn boek Allemaal Beestjes, ter gelegenheid van de lancering van probiotisch gewasbeschermingsmiddel Serenade, van Bayer Crop Sciences.

Posted in Allemaal beestjes, Blog, UitgelichtComments (0)

Puch

Op zo’n veel te laag puchbrommertje reed ie. Langzaam, dan weer wat sneller. Voor haar uit, omkijkend, dan weer naast haar, schuine blikken werpend. Zij reed stoïcijns door. Keek hem niet aan, nee wel, even, schichtig. Ze versnelde. Hij ook. Ze vertraagde iets. Hij ook.

Ik fietste erachter. Het regende, dus ik wilde snel thuis zijn. Maar toch. Ik bleef erachter, op een paar meter afstand. Moest ik afstand houden, zodat ze het niet merkten? Of juist dichtbij blijven, zodat zij merkte dat ik hen in de gaten hield?

Hij was getint. Had een half baardje, waaraan hij zo nu en dan plukte. Een vettig kapsel, met net wat te veel gel. Zij oogde als een student, van een jaartje of vijfentwintig. Braafjes.

Een paar honderd meter verder waren we nu al, het patroon veranderde niet. Plots stak ze haar hand uit en sloeg af, één zijstraat voor de mijne. Ik twijfelde. Hij ging mee. Een seconde later ik ook. Halverwege de straat stopte ze en stapte af. Nog steeds keek ze niet rechtstreeks naar de jongen, die iets verderop ook was gestopt en nu naar haar toe reed.

Ik fietste langs hen. Stopte op een meter of tien. Draaide me om. Het meisje was mijn kant op gekomen, met haar fiets aan de hand stond ze nu vlakbij me. Ze keek me aan, zonder iets te zeggen, vragend.

‘Gaat het?’ Vroeg ik. Mijn stem klonk onvast.

‘Wat zeg je?’

‘Gaat het? Die jongen…’

‘Dat is mijn vriendje.’

‘Oh. Oké. Dan is het goed.’

Snel stapte ik op. Ik trapte, om snel die straat uit te zijn, wierp nog wel even een blik op de jongen, die bezig was zijn brommer op slot te doen. Toen ik twee minuten later de trap op liep, trilden mijn benen nog na.

 

Posted in BlogComments (0)

Willekeur

Ieder vliegtuig dat ik hoor overtrekken,

heeft een lugubere klank.

Wat zijn het er veel.

En wat moeten mensen hierbij voelen,

die deze week dierbaren verloren?

Waanzin.

Ik denk steeds aan die vrouw in die zwarte beha, die werd gevonden in het wrak.

Ze moet het zo heet gekregen hebben dat ze al haar kleren van haar lijf rukte,

tot ze ook haar huid van zich af wilde scheuren. Vergeefs.

De klap bracht verlossing.

Er duiken verhalen op van mensen die tóch niet meegingen,

omdat ze te laat waren of omdat de vlucht overboekt was.

God werd bedankt.

Er duiken verhalen op van families die dubbel getroffen werden.

Hartverscheurend.

Twee noodlottige vluchten, twee keer raak.

Waar was god toen?

Willekeur.

Het leven is meedogenloos.

Tussen momenten van schoonheid en ontroering door,

houdt het rekening met niemand.

Posted in BlogComments (0)

Allemaal beestjes – de animatiefilm

Posted in Allemaal beestjes, BlogComments (0)

Allemaal beestjes bestormen de media

Rondom de verschijning van Allemaal beestjes is er al heel wat media-aandacht geweest voor het boek. Zo verschenen er eerder al voorpublicaties in de Groene Amsterdammer, De VolkskrantScience (Tweemaal), NWT Magazine en Kijk, deze maand deden New Scientist (dossier), Bionieuws, Bright Visions, wederom KIJK en een mooie cover van het Vlaamse EOS. En laten we vooral de Britse New Scientist niet vergeten, met de geweldige illustratie van de Mayor of the Microbial Metropolis.

Verder besteedden Telegraaf.nl, Quest.nl en het Vlaamse dagblad Het Belang van Limburg aandacht aan het boek. Als klap op de vuurpijl was er het Volkskrant-interview mét geruchtmakend portret.

Volgende week zullen er in elk geval artikelen verschijnen in Ouders van Nu, de regionale kranten van HDC/NDC, KnowHow en Medisch Contact.

Inmiddels verscheen ik drie keer op de radio, respectievelijk bij BNR’s Paul van Liempt, Radio 2’s Cappuccino en Radio 1’s Met het Oog op Morgen. Verder is er in elk geval één tv-optreden bevestigd, waarover ik me nog even in stilzwijgen hul…

Update: ook de uitzending van Kennis van Nu op Radio 5 (vrijdagavond 23 mei) staat nu online. De eerste (mini-)verscheen afgelopen week al in Bionieuws. Op 4 juni sprak ik 20 minuten lang met Theodor Holman over mijn boek in Oba live op Radio 5. Bij BNN op Radio 1 zocht ik uit hoeveel beestjes er op verslaggeefster Ruby verschenen na drie dagen niet douchen. De Optimist lichtte een lading weetjes uit, in KIJK kreeg het boek vier sterren.

Posted in Allemaal beestjes, BlogComments (0)

Verschenen

Eindelijk is het dan verschenen: Allemaal beestjes. Donderdag 15 mei lanceerden we het met een feestelijke borrel in boekhandel Athenaeum Amsterdam.

Een korte beschrijving:

Ons lichaam bevat zo’n 1,5 kilo beestjes. En dat is maar goed ook: ze reguleren onze spijsvertering, maken deel uit van ons immuunsysteem, verzorgen onze huid, produceren vitamines en beïnvloeden zelfs ons gedrag.

In Allemaal Beestjes gaat Jop de Vrieze op safari langs de miljarden bacteriën van het menselijk lichaam. Op heldere wijze beschrijft hij hoe lichaam en micro-organismen vanaf de geboorte met elkaar samenwerken en hoezeer onze gezondheid van deze samenwerking afhangt. Het onderzoek op dit gebied bevindt zich in een stroomversnelling: er zijn opzienbarende wetenschappelijke ontdekkingen gedaan over hoe voeding, sport, medicijnen, leefomgeving en probiotica de gezondheid van ons microbioom beïnvloeden. De Vrieze brengt deze nieuwe ontwikkelingen in beeld en vertaalt ze naar inzichten voor het dagelijks leven. Het zal je kijk op je lichaam voorgoed veranderen.

 

Bestel het in de webshop van Maven Publishing en je krijgt het boek zonder verzendkosten thuisgestuurd (ebook ook leverbaar).

 

 

Posted in BlogComments (0)

Op jacht naar oude vrienden

Afgelopen najaar bezocht ik Jeff Leach, een Amerikaanse onderzoeker die in Tanzania de (darm)bacteriën van een jagers-verzamelaarsvolk bestudeert, om te leren over de interacties met micro-organismen die ook ons in de loop van onze evolutie vormden. Voor wie niet kan wachten op mijn boek, hier alvast het stuk dat ik over dit fascinerende onderzoek schreef in Science:

Jeff Leach hasn’t showered in a month. Living in a small dome tent close to Lake Eyasi in northern Tanzania, he stopped washing one day because
he wants to know how that will change the microbial populations in and on his body. Leach is taking daily samples of his own stool and skin, which
he carefully stores in a liquid nitrogen tank until they can be shipped to the United States.

Later this month, the 46-year-old graduate student at the London School of Hygiene & Tropical Medicine (LSHTM) will also adopt the lifestyle of
the local people here. He will sleep in their open grass huts, eat their food, and share their tools, to see if his gut flora become more like theirs.

Continue.

Posted in Allemaal beestjes, BlogComments (0)

Laten we onze kwaliteitsjournalistiek tot exportproduct maken

Rutger Bregman heeft het deze week laten zien: de top van de Nederlandse journalistiek doet er ook op internationaal niveau toe. Het stuk over gratis geld voor de armen, dat hij eerder schreef voor De Correspondent, verscheen in vertaalde vorm op de website van de Washington Post.

Wat waren we er aan toe, een positief signaal over onze media, in een jaar dat is gedomineerd door onheilspellende en cynische signalen. Lezers en adverteerders lopen weg, het internet heeft onze verdienmodellen vernietigd en de politiek lijkt weinig medelijden te hebben met de teloorgang van de kwaliteitsjournalistiek. En dan zijn er nog de buitenlandse concurrenten die met hun vertaalde stukken de onze verdringen.

Maar wat we daarbij geneigd zijn te vergeten, is dat we in een gouden tijd leven: informatie is toegankelijker dan ooit, ook voor journalisten. Voor het eerst staan we rechtstreeks in contact met onze lezers, kijkers en luisteraars, die ons niet alleen kunnen laten weten van ze van ons werk vinden en wat ze eigenlijk willen, maar ons ook kunnen helpen bij ons werk. De wereld is kleiner dan ooit; je bent maar een paar muisklikken verwijderd van haast iedere wereldburger.

En die wereld, ook het medialandschap, is groter dan alleen Nederland. Ik heb het dan niet alleen over correspondenten die verslag doen uit landen ver van hier, maar ook het bereik van ons, journalisten in dit kleine landje, die berichten over hier, en over zaken die ook anderen buiten onze grenzen aangaan. Ook buitenlandse bronnen,  collega’s en chefs zijn dichterbij dan ooit.

We hebben natuurlijk al één groot voorbeeld, die Bregmans Amerikaanse debuut doet verbleken: Joris Luyendijk. Met zijn columns over de Britse bankenwereld veroverde hij niet alleen onze, maar ook vele Britse intellectuele harten. En er zijn meer voorbeelden. Sterrenkundige Govert Schilling levert al jaren aan het Amerikaanse magazine Science en het Britse blad New Scientist. Twee oud-Wibautcollega’s, redacteur Alwin Kuiken en fotograaf Willem Sluyterman van Loo wisten een stuk dat ze maakten voor Trouw over een Duitse studentenvereniging ook aan de Frankfurter Algemeine te slijten. En dan is er nog een rijtje freelancers dat regelmatig een stuk in het buitenland slijt.

Toch valt me op dat de overgrote meerderheid van de zichzelf serieus nemende journalisten in ons land, niet verder kijken dan hun krantenkolom lang is. Dat is zonde. Niet alleen liggen er kansen voor freelancers, het hele vakgebied, inclusief haar vaste werknemers, adverteerders, inversteerders en lezers, heeft er baat bij als we meer doen met onze journalistieke kwaliteit dan stukken, documentaires en reportages maken voor ons thuispubliek.

Laat we in 2014 onze kwaliteitsjournalistiek tot een succesvol exportproduct gaan maken.

Posted in BlogComments (0)

Wetenschappelijke doorbraken bestaan wél

Zo tegen het eind van het jaar heeft iedereen zijn eigen rituelen. Ook journalisten en opiniemakers. Grofweg de helft houdt zich bezig met het samenstellen van jaarlijstjes, grofweg de andere helft schrijft stukjes waarin ze die lijstjes nuanceren, relativeren of afkraken.

Zo kwam Science traditiegetrouw met een lijstje belanghebbende wetenschappelijke gebeurtenissen, en ‘de doorbraak’ van het jaar. Immunotherapie tegen kanker, besloot de redactie, kreeg dit keer die eervolle titel.

Geen doorbraak, schreef collega-wetenschapsjournalist Asha ten Broeke vandaag prompt in haar Volkskrantcolumn. Wetenschap gaat in kleine stapjes, betoogde ze. Een paar vooruit, soms een paar terug, en langzaam in de goede richting. Dat moeten mensen beseffen.

Psycholoog Daniël Lakens ging deze week in vakblad De Psycholoog nog een stapje verder: hij is van mening dat wetenschapsjournalisten maar helemaal geen nieuwsberichten moeten maken op basis van enkele studies, omdat die na verloop van tijd bijna allemaal onwaar blijken te zijn. Bovendien, één bron is geen bron, één studie is geen bewijs. Meta-analyses, waarin een groot aantal studies tegelijk wordt geanalyseerd, zijn veel relevanter. Hij heeft natuurlijk een punt, net als Asha een punt heeft.

Toch ben ik het niet helemaal met hen eens. Wie alleen meta-analyses verslaat, verliest de grip op het wetenschappelijk bedrijf. De betrouwbaarheid van meta-analyses hangt af van de kwaliteit van de onderliggende studies. Als ik een huis laat bouwen met stenen waarvan ik de kwaliteit niet ken, ga ik er zodra het klaar is niet met een gerust hart slapen, hoe degelijk het er ook uitziet. De nieuwsconsument heeft recht op inzicht in het wetenschappelijk bedrijf. Een goede wetenschapsjournalist rapporteert dus over meta-analyses én losse studies, en geeft daarbij inzicht in de kwaliteit en werkwijze van de onderzoekers.

En wat de relativering van Asha betreft: er zijn wel degelijk wetenschappelijke doorbraken en hoewel ze altijd vooraf worden gegaan door andere experimenten, bestaan die soms écht uit enkele studies.

Meestal zijn die doorbraken het gevolg van nieuwe methodes en apparaten. Van Leeuwenhoek kon dankzij zijn microscoop als eerste microscopisch leven bekijken. Dankzij nieuwe chemische analyses konden Watson en Crick hun legendarische artikel publiceren waarin ze het DNA-molecuul beschrijven. En uit het vakgebied waar ik me al een jaar mee bezig houd: dankzij DNA-analysetechnieken werd duidelijk dat er veel meer verschillende micro-organismen op ons lichaam leven dan we ooit gedacht hadden.

Natuurlijk deden de wetenschappers die mooie sier maakten met de baanbrekende ontdekkingen die niet alleen, maar zoals er ooit een mens was die een eerste stenen bijl maakte waarmee hij vlees kon snijden, is er in deze tijd steeds één ontdekking die een grotere stap vooruit is dan de voorgaande.

Doorbraken zijn ontdekkingen die een nieuw perspectief op de zaak werpen. Voor wetenschappers zijn doorbraken ontdekkingen die heel veel nieuwe vragen doen opborrelen, of die heel veel nieuwe toepassingen in het verschiet brengen. Of het zijn ontdekkingen die laten zien dat bepaalde toepassingen levensvatbaar zijn.

Natuurlijk zijn die toepassingen er nog niet meteen. Zo ook met de doorbraak van 2013: eindelijk lijkt immunotherapie te kunnen werken. Dat betekent niet dat alle oncologen morgen hun patiënten kunnen opbellen met het blijde nieuws dat ze een nieuwe behandeling voor hen hebben. Maar deze doorbraak is een proof of concept, die het perspectief op kankerbehandelingen verandert, of in elk geval verbreedt: niet (alleen) de tumor aanvallen, maar (ook) het immuunsysteem aanzwengelen. Dat biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van therapieën, die er nog lang niet zijn maar nu wel reëel lijken.

Jarenlang hebben heel veel onderzoekers met hun experimenten en resultaten zachtjes tegen een denkbeeldige muur geduwd, en nu is hij dan eindelijk geslecht – een nieuwe kamer openbaart zich, met nieuwe mogelijkheden en nieuwe uitdagingen. Zoiets mag je best een doorbraak noemen.

Posted in Blog, NieuwsComments (1)

Gezonde dikkerd toch ongezond? Lariekoek

Een beetje te dik en toch gezond. Kan het of kan het niet?

Wetenschappers discussiëren er al een paar jaar over: is overgewicht nu op zichzelf schadelijk voor de gezondheid, of gaat het vaak samen met andere factoren die ongezond zijn. Feit is dat mensen met overgewicht meer kans lopen op diabetes, hart- en vaatziekten, kanker en auto-immuunziekten zoals reuma. Dat zou komen door de overtollige kilo’s, die een vet laagje om de organen vormen, drukken op hart- en vaten – kortom, het lichaam zwaarder belasten. Daarnaast zouden de extra kilo’s gezond gedrag in de weg staan: wie zwaarder is beweegt en sport minder soepel en minder graag.

Maar misschien was er wel iets anders aan de hand: bij mensen met overgewicht raakt vaak ook het metabolisme verstoord. Dit metabool syndroom is een combinatie van hogebloeddruk, een verhoogd cholesterol, verstoorde suikerstofwisseling én overtallig vet wat vaak ook nog ontstoken is. Recent onderzoek toont aan dat er twee soorten mensen met overgewicht zijn: mensen mét en zonder metabool syndroom.

Waren dit de gezonde versus de ongezonde dikkerds? Hoefden we ons voortaan geen zorgen meer te maken over ons gewicht, maar over die andere factoren? Het leek er wel op.

Nee, zeggen onderzoekers die deze week een overzichtsstudie publiceerden in het vooraanstaande blad Annals of Internal Medicine. Media dikten dit nieuws stevig aan: ‘Healthy and overweight is a myth’, kopt de BBC. The Times maakt het nog bonter: ‘Obese but healthy? It’s a big fat myth’.

De strekking van de verhalen en de conclusie van de onderzoekers: ook mensen met overgewicht zonder metabool syndroom, hebben een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Weliswaar is die kans een stuk lager, en is het zelfs zo dat mensen zonder overgewicht mét deze metabole verstoring even ongezond als hun metabole evenknieën mét overtollig vet, maar ten opzichte van slanke mensen zonder metabole verstoring krijgen de vermeende gezonde dikkerds wel degelijk vaker hart- en vaatziekten.

Toch die kilo’s? Ik besloot de paper te bestuderen. Na een hoop ingewikkelde berekeningen, grafieken en tabellen belandde ik bij de discussie – vaak het interessantst voor de lezer die benieuwd is wat de onderzoekers proberen te verhullen. En wat schetst mijn verbazing: ze verhullen het niet eens. Ze schrijven het letterlijk op:

Considering a worldwide prevalence of approximately 200 million people with metabolically healthy obesity, the absolute risk increase of 0.7% over 10 to 11 years associated with this condition (as compared with metabolically healthy normal-weight persons) translates to 1.4 million incident deaths or CV events over this time. De kans op ziekten neemt dus met 0,7 procent toe. Je leest het goed. Niet zeventig procent. Niet zeven. Nul komma zeven. Totaal irrelevant dus. Door een gigantisch grote groep mensen op een hoop te vegen, wisten ze deze bevinding statistisch significant te krijgen en inderdaad, op het totale groepsniveau vallen hier best mensen te redden, maar zeker op individueel niveau is dit verschil totaal irrelevant.

Welke arts gaat zijn patiënten adviseren af te vallen, zich in het zweet te werken of al zijn guilty pleasures te laten staan, om zijn kans op ziekten met 0,7 procent te doen afnemen?

Een kritische medische website concludeert terecht: What this study adds is the indication that people who are metabolically unhealthy regardless of their weight are at increased risk. However, interestingly, no increase in risk was seen for the category of people who are metabolically healthy though overweight.

Een sterk staaltje door de onderzoekers verdraaide en overdreven onderzoeksresultaten, waar de media vervolgens mee aan de haal gingen. Zowel de onderzoekers als de reporters hebben iets te veel lariekoek gegeten, lijkt het (en da’s heel ongezond).

En daarmee zijn we terug bij wat we al veronderstelden: het zijn zeer waarschijnlijk niet de kilo’s, maar de metabole problemen die er sterk mee samenhangen. Ook het darmflora-onderzoek wijst die kant op: eenderde van de westerse bevolking heeft een sterk verarmde darmflora (Nature, augustus 2013). Deze mensen hebben vaker overgewicht – maar niet altijd – een verhoogd cholesterol,  insulineresistentie, meer ontstekingen in het lichaam en daarmee een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Gezonde dikkerds en dunnerds hebben een rijkere darmflora.

Een andere, tegelijk in Nature gepubliceerde studie hint naar de oorzaak van deze verschillen: door middel van gezonde voeding werd een groot het verschil tussen de gezonde en ongezonde dikkerds grotendeels teniet gedaan. Vooral vezels lijken het verschil te maken. Die vormen voer voor goedaardige bacteriën en dragen zo bij aan de barrière in de darm, die het lichaam beschermt tegen minder vriendelijke bacteriën en bacteriële producten. Dikke mensen eten vaker vezelarm en vetrijk, en daardoor zijn ze ook ongezonder.

De slotsom? Je mag best wat meer eten, en het hoeft niet allemaal superfood te zijn, als je maar genoeg gezond voedsel binnen krijgt. In elk geval tot het tegendeel wél wordt bewezen.

Posted in Allemaal beestjes, Blog, NieuwsComments (0)

Jopinie @ Twitter

PHVsPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19hZHNfcm90YXRlPC9zdHJvbmc+IC0gdHJ1ZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX2ltYWdlXzE8L3N0cm9uZz4gLSBodHRwOi8vd3d3Lndvb3RoZW1lcy5jb20vYWRzLzEyNXgxMjVhLmpwZzwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX2ltYWdlXzI8L3N0cm9uZz4gLSBodHRwOi8vd3d3Lndvb3RoZW1lcy5jb20vYWRzLzEyNXgxMjViLmpwZzwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX2ltYWdlXzM8L3N0cm9uZz4gLSBodHRwOi8vd3d3Lndvb3RoZW1lcy5jb20vYWRzLzEyNXgxMjVjLmpwZzwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX2ltYWdlXzQ8L3N0cm9uZz4gLSBodHRwOi8vd3d3Lndvb3RoZW1lcy5jb20vYWRzLzEyNXgxMjVkLmpwZzwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX21wdV9hZHNlbnNlPC9zdHJvbmc+IC0gPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fYWRfbXB1X2Rpc2FibGU8L3N0cm9uZz4gLSB0cnVlPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fYWRfbXB1X2ltYWdlPC9zdHJvbmc+IC0gaHR0cDovL3d3dy53b290aGVtZXMuY29tL2Fkcy8zMDB4MjUwYS5qcGc8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19hZF9tcHVfdXJsPC9zdHJvbmc+IC0gaHR0cDovL3d3dy53b290aGVtZXMuY29tPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fYWRfdG9wX2Fkc2Vuc2U8L3N0cm9uZz4gLSA8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19hZF90b3BfZGlzYWJsZTwvc3Ryb25nPiAtIHRydWU8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19hZF90b3BfaW1hZ2U8L3N0cm9uZz4gLSBodHRwOi8vd3d3Lndvb3RoZW1lcy5jb20vYWRzLzQ2OHg2MGEuanBnPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fYWRfdG9wX3VybDwvc3Ryb25nPiAtIGh0dHA6Ly93d3cud29vdGhlbWVzLmNvbTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX3VybF8xPC9zdHJvbmc+IC0gaHR0cDovL3d3dy53b290aGVtZXMuY29tPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fYWRfdXJsXzI8L3N0cm9uZz4gLSBodHRwOi8vd3d3Lndvb3RoZW1lcy5jb208L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19hZF91cmxfMzwvc3Ryb25nPiAtIGh0dHA6Ly93d3cud29vdGhlbWVzLmNvbTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2FkX3VybF80PC9zdHJvbmc+IC0gaHR0cDovL3d3dy53b290aGVtZXMuY29tPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fYWx0X3N0eWxlc2hlZXQ8L3N0cm9uZz4gLSBkYXJrYmx1ZS5jc3M8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19hdXRob3I8L3N0cm9uZz4gLSBmYWxzZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2F1dG9faW1nPC9zdHJvbmc+IC0gdHJ1ZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2N1c3RvbV9jc3M8L3N0cm9uZz4gLSA8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19jdXN0b21fZmF2aWNvbjwvc3Ryb25nPiAtIDwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2ZlYXR1cmVkX2NhdGVnb3J5PC9zdHJvbmc+IC0gVWl0Z2VsaWNodDwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2ZlYXRfZW50cmllczwvc3Ryb25nPiAtIDE8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19mZWVkYnVybmVyX2lkPC9zdHJvbmc+IC0gPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29fZmVlZGJ1cm5lcl91cmw8L3N0cm9uZz4gLSA8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19nb29nbGVfYW5hbHl0aWNzPC9zdHJvbmc+IC0gPHNjcmlwdCB0eXBlPVwidGV4dC9qYXZhc2NyaXB0XCI+DQoNCiAgdmFyIF9nYXEgPSBfZ2FxIHx8IFtdOw0KICBfZ2FxLnB1c2goW1wnX3NldEFjY291bnRcJywgXCdVQS0yMTIyMzIwNS0xXCddKTsNCiAgX2dhcS5wdXNoKFtcJ190cmFja1BhZ2V2aWV3XCddKTsNCg0KICAoZnVuY3Rpb24oKSB7DQogICAgdmFyIGdhID0gZG9jdW1lbnQuY3JlYXRlRWxlbWVudChcJ3NjcmlwdFwnKTsgZ2EudHlwZSA9IFwndGV4dC9qYXZhc2NyaXB0XCc7IGdhLmFzeW5jID0gdHJ1ZTsNCiAgICBnYS5zcmMgPSAoXCdodHRwczpcJyA9PSBkb2N1bWVudC5sb2NhdGlvbi5wcm90b2NvbCA/IFwnaHR0cHM6Ly9zc2xcJyA6IFwnaHR0cDovL3d3d1wnKSArIFwnLmdvb2dsZS1hbmFseXRpY3MuY29tL2dhLmpzXCc7DQogICAgdmFyIHMgPSBkb2N1bWVudC5nZXRFbGVtZW50c0J5VGFnTmFtZShcJ3NjcmlwdFwnKVswXTsgcy5wYXJlbnROb2RlLmluc2VydEJlZm9yZShnYSwgcyk7DQogIH0pKCk7DQoNCjwvc2NyaXB0PjwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2hvbWU8L3N0cm9uZz4gLSBmYWxzZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX2hvbWVfdGh1bWJfaGVpZ2h0PC9zdHJvbmc+IC0gNTc8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19ob21lX3RodW1iX3dpZHRoPC9zdHJvbmc+IC0gMTAwPC9saT48bGk+PHN0cm9uZz53b29faW1hZ2Vfc2luZ2xlPC9zdHJvbmc+IC0gZmFsc2U8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19sb2dvPC9zdHJvbmc+IC0gaHR0cDovL3d3dy5qb3BpbmllLm5sL3dwLWNvbnRlbnQvd29vX3VwbG9hZHMvOS1sb2dvLmpwZzwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX21hbnVhbDwvc3Ryb25nPiAtIGh0dHA6Ly93d3cud29vdGhlbWVzLmNvbS9zdXBwb3J0L3RoZW1lLWRvY3VtZW50YXRpb24vZ2F6ZXR0ZS1lZGl0aW9uLzwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX3Jlc2l6ZTwvc3Ryb25nPiAtIHRydWU8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19zaG9ydG5hbWU8L3N0cm9uZz4gLSB3b288L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19zaG93X2Nhcm91c2VsPC9zdHJvbmc+IC0gdHJ1ZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX3Nob3dfdmlkZW88L3N0cm9uZz4gLSBmYWxzZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX3NpbmdsZV9oZWlnaHQ8L3N0cm9uZz4gLSAxODA8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb19zaW5nbGVfd2lkdGg8L3N0cm9uZz4gLSAyNTA8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb190YWJzPC9zdHJvbmc+IC0gdHJ1ZTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX3RoZW1lbmFtZTwvc3Ryb25nPiAtIEdhemV0dGU8L2xpPjxsaT48c3Ryb25nPndvb191cGxvYWRzPC9zdHJvbmc+IC0gYTo3OntpOjA7czo1NToiaHR0cDovL3d3dy5qb3BpbmllLm5sL3dwLWNvbnRlbnQvd29vX3VwbG9hZHMvOS1sb2dvLmpwZyI7aToxO3M6NjU6Imh0dHA6Ly93d3cuam9waW5pZS5ubC93b3JkcHJlc3Mvd3AtY29udGVudC93b29fdXBsb2Fkcy84LWxvZ28uanBnIjtpOjI7czo2NToiaHR0cDovL3d3dy5qb3BpbmllLm5sL3dvcmRwcmVzcy93cC1jb250ZW50L3dvb191cGxvYWRzLzctbG9nby5qcGciO2k6MztzOjY1OiJodHRwOi8vd3d3LmpvcGluaWUubmwvd29yZHByZXNzL3dwLWNvbnRlbnQvd29vX3VwbG9hZHMvNi1sb2dvLnBuZyI7aTo0O3M6NjU6Imh0dHA6Ly93d3cuam9waW5pZS5ubC93b3JkcHJlc3Mvd3AtY29udGVudC93b29fdXBsb2Fkcy81LWxvZ28ucG5nIjtpOjU7czo2NToiaHR0cDovL3d3dy5qb3BpbmllLm5sL3dvcmRwcmVzcy93cC1jb250ZW50L3dvb191cGxvYWRzLzQtbG9nby5wbmciO2k6NjtzOjY1OiJodHRwOi8vd3d3LmpvcGluaWUubmwvd29yZHByZXNzL3dwLWNvbnRlbnQvd29vX3VwbG9hZHMvMy1sb2dvLnBuZyI7fTwvbGk+PGxpPjxzdHJvbmc+d29vX3ZpZGVvX2NhdGVnb3J5PC9zdHJvbmc+IC0gU2VsZWN0IGEgY2F0ZWdvcnk6PC9saT48L3VsPg==